Opstelling betaalautomaat

Foute en goede opstelling van een betaalautomaat

De kaartlezer

Zorgt u ervoor dat de betaalpas altijd zichtbaar blijft voor de pashouder. De klant mag de pas niet uit het oog verliezen. Laat uw klant daarom altijd zelf de betaalpas in de automaat stoppen. Als dit om praktische redenen niet mogelijk is, laat dan uw klant zien hoe u dit moet.

Afscherming bij het intoetsen van de pincode

  • Het toetsenbord, ook wel pinpad genoemd, is zodanig opgesteld dat uw klant voldoende privacy heeft bij het intoetsen van zijn pincode. Hierdoor is het voor derden (redelijkerwijs) onmogelijk om de pincode af te kijken.
  • Op het pinpad zit een beschermkapje. Dit kapje mag niet van het pinpad worden verwijderd. Als u niet in het bezit bent van een beschermkapje, neemt u dan contact op met de leverancier van uw betaalautomaat.
  • De opstelling van het pinpad
    - De opstelling van het pinpad dient zodanig te zijn, dat de klant het intoetsen van de pincode met de hand of met het lichaam kan afschermen. Daarom dient de opstelling van het pinpad aan de onderstaande afmetingen te voldoen:
    - Bij een horizontale opstelling van het pinpad, moet deze op minimaal 80 cm en maximaal 120 cm hoogte zijn geplaatst.
    - U mag alleen van deze afmetingen afwijken als door een speciale opstelling het intoetsen van de pincode volledig is afgeschermd.
  • Het intoetsen van de pincode mag niet vanaf een verhoging, via spiegels, camera’s of op een andere manier worden waargenomen.

Download het plaatje met foute en goede situaties.

Wat kunt u doen om de veiligheid van pinnen zo hoog mogelijk te houden?

  • Stel de betaalautomaat zo op dat iemand het intoetsen van zijn pincode goed kan afschermen.
  • Zorg ervoor dat uw klant zijn betaalpas niet hoeft af te geven, of dat hij deze in ieder geval in het zicht kan houden.
  • Bevestig de betaalautomaat, indien mogelijk, aan de toonbank of een andere vaste ondergrond.
  • Controleer dagelijks of er veranderingen hebben plaatsgevonden op of aan de betaalautomaat, controleer of er niet is gesleuteld aan de betaalautomaat, zeker na een inbraak waarbij niets is gestolen.
  • Vraag altijd legitimatie aan monteurs en verzeker u ervan dat hun komst is aangekondigd door de leverancier.
  • Zorg ervoor dat het intoetsen van de pincode niet zichtbaar is vanaf een verhoging, via spiegels en camera’s of op een andere manier.
  • Richt uw beveiligingscamera(‘s) ook op de betaalautomaat en de directe omgeving – zonder dat het intoetsen van de pincode zichtbaar is – en bewaar deze gegevens.
  • Let op mensen die zich ophouden bij uw kassa(‘s), met name rond sluitingstijd, in verband met het ongezien omwisselen van de betaalautomaat.
  • Let op vreemde storingen of meldingen bij uw betaalautomaat.
  • Maak uw personeel erop attent dat zij alert moeten zijn bij mensen met veel of vreemde passen.