Richtlijnen opstelling betaalautomaat
De opstelling van uw betaalautomaat dient aan de volgende eisen te voldoen

1. De kaartlezer
Zorgt u ervoor dat de PINpas altijd zichtbaar blijft voor de pashouder. De klant mag de pas niet uit het oog verliezen. Laat uw klant daarom altijd zelf de PINpas door de kaartlezer halen. Als dit om praktische redenen niet mogelijk is, laat dan uw klant zien hoe u de PINpas door de kaartlezer haalt.
2. Afscherming bij het intoetsen van de pincode
a. Het toetsenbord, ook wel PINpad genoemd, is zodanig opgesteld dat uw klant voldoende privacy heeft bij het intoetsen van zijn pincode. Hierdoor is het voor derden (redelijkerwijs) onmogelijk om de pincode af te kijken.
b. Op het PINpad zit een beschermkapje. Dit kapje mag niet van het PINpad worden verwijderd. Als u niet in het bezit bent van een beschermkapje, neemt u dan contact op met de leverancier van uw betaalautomaat.
3. De opstelling van het PINpad
a. De opstelling van het PINpad dient zodanig te zijn, dat de klant het intoetsen van de pincode met de hand of met het lichaam kan afschermen. Daarom dient de opstelling van het PINpad aan de onderstaande afmetingen te voldoen:
- Bij een horizontale opstelling van het PINpad, moet deze op minimaal 80 cm en maximaal 120 cm hoogte zijn geplaatst.
- U mag alleen van deze afmetingen afwijken als door een speciale opstelling het intoetsen van de pincode volledig is afgeschermd.
b. Het intoetsen van de pincode mag niet vanaf een verhoging, via spiegels, camera’s of op een andere manier worden waargenomen.
Klik hier om het plaatje met foute en goede situaties te downloaden.
Wat kunt u doen om de veiligheid van PINnen zo hoog mogelijk te houden?
- Stel de betaalautomaat zo op dat iemand het intoetsen van zijn pincode goed kan afschermen.
- Bevestig de betaalautomaat, indien mogelijk, aan de toonbank of een andere vaste ondergrond.
- Controleer dagelijks of er veranderingen hebben plaatsgevonden op of aan de betaalautomaat, controleer of er niet is gesleuteld aan de betaalautomaat, zeker na een inbraak waarbij niets is gestolen.
- Vraag altijd legitimatie aan monteurs en verzeker u ervan dat hun komst is aangekondigd door de leverancier.
- Zorg ervoor dat het intoetsen van de pincode niet zichtbaar is vanaf een verhoging, via spiegels en camera’s of op een andere manier.
- Richt uw beveiligingscamera(‘s) ook op de betaalautomaat en de directe omgeving – zonder dat het intoetsen van de pincode zichtbaar is – en bewaar deze gegevens.
- Let op mensen die zich ophouden bij uw kassa(‘s), met name rond sluitingstijd, in verband met het ongezien omwisselen van de betaalautomaat.
- Let op vreemde storingen of meldingen bij uw betaalautomaat.
- Zorg ervoor dat uw klant zijn bankpas niet hoeft af te geven, of dat hij deze in ieder geval in het zicht kan houden.
- Maak uw personeel erop attent dat zij alert moeten zijn bij mensen met veel of vreemde passen.
Beveiligingscertificaten
Veiligheid is voor een betaaltransactie cruciaal. De consument zorgt samen met de acceptant (winkelier) voor een zo veilig mogelijke betaalsituatie. Maar ook buiten hun zicht wordt de veiligheid van elektronische betaaltransacties gewaarborgd. Met als doel een efficiënt, betrouwbaar en veilig functioneren van PIN stelt Currence eisen aan de beveiliging van betaalautomaten.
Currence verleent een beveiligingscertificaat aan betaalautomaten die voldoen aan de beveiligingseisen. Dit certificaat is 3 jaar geldig. Een betaalautomaat moet na afloop van deze 3 jaar opnieuw gecertificeerd worden tegen de dan geldende beveiligingseisen.
Banken en koepelorganisaties van toonbankinstellingen hebben in 2001 afgesproken dat de minimale economische levensduur van een betaalautomaat 5 jaar is. Een PINbetaalautomaat die net op de markt is heeft dan ook, onder voorbehoud van ernstige beveiligingsverstoringen, een minimale levensduur van 8 jaar. Bij verlenging van het beveiligingscertificaat kan dit 11 jaar worden.
Klik hier om naar een overzicht van beveiligingscertificaten te gaan.